maandag 22 april 2013

Petra, Jordanië


Zondag, 14 april
Petra, Jordanië

Vanuit de haven van Aqaba reden we per bus naar één van de zeven wereldwonderen: “The lost City of Petra”, de vroegere hoofdstad van de Nabateeërs. De stad is bereikbaar via een kloof in de heuvels en is gedeeltelijk in de rotsen uitgehakt. Vrijwel alle gebouwen die er ooit stonden zijn nu ruïnes. Bloeiperiode was rond de jaartelling t/m het jaar 551 waarin de stad getroffen werd door een vernietigende aardbeving. De handelsroute via Petra werd vervangen door de scheepvaart over de Rode Zee.
Het vroegere knooppunt van karavaanwegen vanuit Aden, Damascus, Caïro en Bagdad was veranderd in een desolaat oord dat pas in 1812 werd herontdekt door de Zwitserse kenner van het Oosten Johann Ludwig Burckhardt (tekeningen 1839 door David Roberts). Anno 2013 is de roze rotsstad Petra een bedevaartsoord voor duizenden toeristen, die dagelijks via de rotskloof (Siq) zo snel mogelijk een glimp willen opvangen van de adembenemende graftempel Khazneh, oftewel de Schatkamer. Volgens een legende zouden piraten hun schat hebben verstopt in een urn op de bovenste etage van de tempel. De reden waarom schatzoekers al menigmaal vergeefs kogels hebben afgevuurd op de solide grafcontainer. Maar Petra heeft meer te bieden zoals een arena met 8000 zitplaatsen, een hooggelegen klooster en koninklijke graftombes. De woonhuizen zijn door de aardschokken geheel verkruimeld. Hier woonden rond de jaartelling zo’n 25.000 mensen die kruiden uit Indië, ivoor uit Afrika, parels uit de Rode Zee en wierook uit Oman voorbij zagen komen op weg naar het Middellandse zeegebied, En vanuit de Levant kwam het goudsmeedwerk uit Aleppo via Petra terecht op de markten van Jemen en Oman.
De ingenieuze watervoorzieningen via een kunstmatige oase en watergoten in zandsteen, in combinatie met de beschutte liging tussen de rotsen maakte Petra tot een favoriet tussenstation voor karavanen. De tussenhandel en invoerrechten leverden de Nabateeërs hoge winsten op. Toch kon de verborgen ligging niet voorkomen dat het Nabateense koninkrijk eerst door de Romeinen en later door Perzen en Byzantijnen werd ingelijfd. Natuurgeweld deed de rest.
 
Om de overblijfselen van de vroegere Nabateense hoofdstad te bekijken kom je ogen en andere zintuigen tekort. Voordat we de toegangskloof (Siq) bereikten, werden we al verrast met bouwsels die in de rotsen waren uitgehouwen en die de tand des tijds hebben overleefd.
Groep na groep betraden we de smalle opening naar de koele kloof met wanden van 90-180 meter hoogte, de wonderlijke toegang tot Petra - stad van roze zandsteen. Hoewel de kloof 1,5 km lang is leek onze wandeling eindeloos te duren, omdat er onderweg van alles te bewonderen viel op het gebied van architectonische verrassingen in de rotswanden, zoals tempeltjes, sculpturen van o.a. kamelen en watergoten als onderdeel van het aquaduct.
Het was wel oppassen geblazen. Waar eens de kamelen bepakt en bezakt richting Petra liepen reden nu paardenkoetsjes met toeristen. Ton en ik werden steeds ongeduldiger; we wilden onmiddellijk de schatkamer van Petra zien! Samen snelden we vooruit door de kloof en jawel, daar dook via een smalle rotsspleet de befaamde roze graftempel voor onze ogen op. Een magisch moment dat je niet meer vergeet!
We zwierven nog wat verder rond door de oude Nabateense stad, waar we nog meer tempelmonumenten, graftombes en de arena bezochten. Terwijl we nog wat dromerige dromedarissen fotografeerden kwamen we tot de conclusie dat de kloof (Siq) en de roze tempel (Khazneh) de voorlopige hoogtepunten zijn van ons bezoek aan Petra. Maar deze veelzijdige stad verdient absoluut een uitgebreider bezoek van minstens enkele dagen!

“Bedankt dappere Nabateeërs voor dit monnikenwerk dat jullie ons hebben nagelaten!”      Want Petra is een onbetaalbaar cadeautje van dit oorspronkelijke bedoeïenenvolk dat met hun tentenkamp neerstreek op de hoogvlakte tussen de rotspartijen en met al hun vaardigheden een oogverblindend wereldwonder hebben gecreëerd waarvoor mensen nu nog warm lopen.
Zo makkelijk als de heenweg verliep zo moeilijk zou de terugweg voor mij worden, vanwege steeds maar oplopend terrein en een ziedend zonnetje. Halverwege de kloof kwamen Irene en  ik ons Filippijnse kappertje Don tegen, die deelnam aan een personeelsuitje van de Balmoral. Een mooie gelegenheid om uit te blazen op een bankje en met elkaar op de foto te gaan. Ton wachtte al een poosje ongeduldig en ongerust aan het einde van de kloof. Daarbuiten in de genadeloze zon raakte ik de laatste 500 meter helemaal buiten adem. Ton trok mij mee over de sterk hellende weg. Ook mijn scheepsvriendin Joke die diabeet is, kreeg vanwege de zeer late lunchtijd problemen. Eindelijk daar was het toegangshek en de eerste winkeltjes.
We kochten het eerste het beste souvenir: een tas met een afbeelding van de Khazneh. Op naar de bus, we konden ‘m nog net halen! Ton duwde mij voort, want ik had geen greintje adem meer in mijn longen. Gelukkig, nog net op tijd binnen! Tijdens de lunch op het mooiste tuinterras van Jordanië, en met het beste uit de Jordaanse keuken op onze borden vergat ik al het loopleed en voelden wij ons de meest verwende mensen ter wereld!


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen